De Tweede Kamer moet sneller en eerder worden verbouwd dan het Binnenhof

27 oktober 2020 -

Nu de verbouwing van het Binnenhof steeds meer uit de hand loopt, is het moment daar om eerst maar eens het instituut Tweede Kamer zelf grondig te verbouwen.

Niet alleen beslist de Tweede Kamer over honderden miljoenen in verdeling van middelen over allerlei bestemmingen, maar de effecten van hun beslissingen in de vorm van wetten en regels op zaken als productiviteit, werkelijke democratie en leefbaarheid zijn nog een orde van grootte belangrijker. Evenals de invloed van de Tweede Kamer op het gedrag van allen, die daarbij betrokken zijn, dan wel daar van afhankelijk zijn.

Gedurende de afgelopen jaren is het toch al zo kleurrijke speelveld van de vaderlandse politiek ‘verrijkt’ met een groot aantal nieuwe partijen en partijtjes. Wordt het politieke spel hier beter van of wordt de chaos op het speelveld alleen maar groter als er nog een paar spelers bijkomen? Het laatste lijkt helaas het geval, vooral omdat de uitdaging, waar de overheid – en daarmee de politiek – voor staat, een wezenlijk andere is geworden.

Traditioneel werd de politiek gekenmerkt door het ideologische debat, de keuze voor zeer verschillende doelstellingen: links versus rechts, socialisme versus kapitalisme. Deze oorspronkelijke tegenstellingen zijn echter grotendeels, zij het niet geheel, door de werkelijkheid ingehaald. De burger van vandaag is niet meer links of rechts, maar van alles een beetje.

Kerndilemma
Het kerndilemma van de politiek is dat partijen elkaar moeten bestrijden met ideologieën, terwijl de burger en het land allang geen behoefte meer hebben aan ideologieën, maar aan praktische organisatie. Qua ultieme doelstellingen zijn er voor het overgrote deel van onze burgers geen onoverbrugbare ideologische verschillen meer. We willen allemaal dat er zorg is voor de zwakkeren, inclusief asielzoekers, dat de maatschappij rechtvaardig is en dat we daarbinnen voor onszelf een maximale vrijheid kunnen behouden maar we willen ook dat de gekozen oplossingen in de praktijk werken

Er zijn natuurlijk een aantal cruciale dilemma’s, die een ideologisch debat rechtvaardigen, zoals de verdeling van de welvaart, de bescherming van het milieu en de ongelimiteerde vrijheid van godsdienst. Die ideologische verschillen worden nu geprojecteerd op de wegen waarlangs en de instrumenten waarmee onze gemeenschappelijke doelstellingen worden bereikt. Hier horen echter geen ideologieën te tellen, maar slechts pragmatisme: wat werkt en wat werkt niet.

Willen wij grootschalige en gedetailleerde regelgeving waar de gelijkheid tot in drie decimalen na de komma wordt gegarandeerd of een effectief stelsel van gegarandeerde basiszorg in combinatie met een kleinschalig lokaal systeem met een menselijke maat? De overheid en de politiek zouden voortdurend actief op zoek moeten zijn naar doelgerichtheid en doelmatigheid. Binnen vele partijen dringt dit besef door en met enige jaloezie wordt naar het bedrijfsleven gekeken, dat zich wél – overigens ook met vallen en opstaan – probeert aan te passen aan een snel veranderende wereld.

Elke organisatie, of het nu het Rode Kruis is of Philips, heeft zich de afgelopen dertig jaar op allerlei terreinen fundamenteel aan de onstuitbare veranderingen aangepast. Zo hebben ze allemaal lagen uit de organisatie weggesneden en hun wijze van werken ingrijpend veranderd. De overheid heeft intussen alleen maar lagen toegevoegd.

Deze uitdaging schreeuwt om het doorbreken van de politieke patstelling, waarin we al jaren verkeren. Weliswaar beweegt het steeds mobielere electoraat zich in steeds grotere golven van de ene naar de andere partij, maar dat maakt deze partijen zeker niet vernieuwender, integendeel. Een van de kernproblemen van een democratische overheid in de huidige opzet is dat elke verandering uitentreuren getoetst wordt door allerlei partijen, waaronder niet in het minst belangengroeperingen, waardoor de overheid in feite verlamd raakt.

De Nederlandse maatschappij – en met haar in min of meerdere mate die van alle ontwikkelde landen – staat voor de uitdaging om nieuwe vormen van samen leven en samen besturen te ontwikkelen, die het mogelijk maken om – rekening houdend met de enorme veranderingen in ons maatschappelijke ecosysteem – een optimale combinatie van welvaart en welzijn voor iedereen te bereiken. De overheid heeft een grote taak in het initiëren en tot resultaat brengen van deze ingrijpende maatschappelijke innovatie.

Niet alleen is er een nieuwe visie vereist op de passende rol en werkwijze van onze overheid en politiek. Minstens even belangrijk is het – en zeker nog veel lastiger – om deze visie in de praktijk te realiseren tegen alle natuurlijke krachten in, die immers wars zijn van echte veranderingen. Er is dan ook veeleer een behoefte aan een visionair concordaat tussen de grote politieke partijen dan aan nieuwkomers die toch altijd uiteindelijk door het systeem zullen worden verzwolgen, tenzij zij direct de grootste worden en de premier mogen leveren.

Jongeren in de politiek hebben dan ook hun hoop op een dergelijk concordaat gevestigd, maar met meer partijen, die allemaal schreeuwend om hun voortbestaan de aandacht van de media en daarmee de burger moeten zien te verkrijgen, wordt dat erg moeilijk.

Contouren van een concordaat
Een succesvol concordaat vereist een gedegen inzicht in wat onze maatschappij beweegt, in welke eisen de toekomst zal gaan stellen en in de wegen die bewandeld moeten worden om het beste uit onze burger te halen. De menselijke maat dient hierbij voorop te staan, een organisatorische conclusie die bedrijfsorganisaties door schade en schande maar al te overtuigend hebben kunnen ervaren.

De rol van de burger – en in het verlengde daarvan alle private organisaties – is cruciaal. Niet langer kan de overheid denkmodellen voor actie en verandering hanteren, die stammen uit de tijd van de Industriële Revolutie in plaats van uit de Emotionele Revolutie, waar wij ons midden in bevinden. In de Industriële Revolutie werd de mens als ‘factor arbeid’ gezien, een eenheid van productie, die even vast en reproduceerbaar was als een hoeveelheid grondstoffen of een set verpakkingen.

In de Emotionele Revolutie is de mens, als consument en als producent, een onberekenbare factor geworden, die zeer sterk door emoties wordt beïnvloed. Zo moeten we nu bijvoorbeeld rekening houden met een dramatisch verschil in productiviteit tussen een geïnspireerde en een ongeïnspireerde medewerker.

Niet langer kan een burger dan ook gezien worden als een robot, die door haarscherpe en gedetailleerde wet- en regelgeving kan worden aangestuurd. Een individuele benadering is nu vereist, waarbij de uitvoerenden aan de frontlijn – de agent, de ambtenaar, de hulpverlener – een veel grotere mate van vrijheid moeten hebben om ‘in de geest’ van het beleid hun operationele keuzes te maken.

Samen leven
Een nieuwe visie op de overheid begint met een nieuwe visie op de maatschappij en de burger. De maatschappij, dat zijn wij: de burgers. De burger moet weer een veel actievere rol in het maatschappelijk wel en wee nemen en krijgen. De burger kan niet meer volstaan met enerzijds ‘werknemer’ en anderzijds ‘consument’ te zijn en zich verder geheel te onttrekken aan enige maatschappelijke verantwoordelijkheid. De burger zal weer een centrale ‘producent’ moeten worden in ons maatschappelijk verkeer.

De burger zal zich weer bewust moeten worden van zijn/haar directe verantwoordelijkheid voor het maatschappelijk wel en wee, zeker in de naaste omgeving, maar uiteindelijk ook voor het hele land. Kernwaarden daarbij zijn respect voor elk medemens in alle handelen en bezieling in het aanpakken van problemen en vormgeven aan overtuigingen.

Samen besturen
De bestuurder en de bureaucraat – ofwel de politicus en de ambtelijke organisatie – zullen, evenals de burger en het bedrijfsleven, zichzelf ingrijpend en structureel moeten vernieuwen om hun gerechtvaardigde en gerespecteerde rol in het wel en wee van onze samen-leving weer te kunnen verwerven.

Uitgangspunt van deze vernieuwing is een heldere visie op de voornaamste uitdagingen in onze samen-leving en op de aanpak, die nodig is om deze met succes tegemoet te treden. Het huidige politiek-bestuurlijke systeem wordt gedreven door een cultuur – dat wil zeggen een traditie van denken en handelen – die tientallen jaren achterloopt bij de werkelijkheid. Deze cultuur smoort het broodnodige proces van vernieuwing, zoals dat ook nu al door vele politici en ambtenaren wordt geambieerd, telkens in de kiem.

Hier ligt een belangrijke rol voor de Tweede Kamer, want dat is het instituut, dat in hoge mate ons bestuurlijk gedrag bepaalt. Met de verbouwing van het Binnenhof is er een goed moment aangebroken om ook de Tweede Kamer grondig te verbouwen

Mickey Huibregtsen
26 oktober 2020

Tekst door: Kyra Kuitert